Historie

In 1331 is het Sint-Hubertusgilde opgericht. Afkomstig van de schepenbank te Deurne valt af te leiden, dat  het gilde al omstreeks 1620 tradities kende. Het gilde is uit de nood geboren. Haar oorspronkelijke taak was het bewaken van eigendommen van de plaatselijke bevolking in tijden dat bescherming tegen vreemde troepen en vagebonden maar al te vaak nodig was. In 1831 is het Gilde ook opgetrokken om voor Koning en Vaderland te dienen. Het gilde heeft toen 3 jaar door Hollandse steden getrokken om bewakingsdiensten uit oefenen.

Toen het gilde steeds meer diensten ging verrichten op kerkelijk terrein, werd zij, in 1519, als kerkelijke instelling erkend, wat ook af te leiden is uit de aanhef van statuten, die omstreeks 1660 werden vastgelegd. Diensten op kerkelijk terrein waren het bij gelegenheid verlenen van hand- en spandiensten, het begeleiden van processies in de kerk, het organiseren van inzamelingsacties ten behoeve van kerkelijke evenement etc.

Ook in het recente verleden werd de inzet van het Gilde gevraagd. Zo was er de”klokkenactie”  in 1949, de aanschaf van nieuwe klokken ter vervanging van de in de oorlog geroofde klokken een succesvol werk van de schut. In de oorlogsjaren 1940-19454 is een niet nauwkeurig bekend deel van het zilverbezit verloren gegaan. Het was in 1720 voor het eerst, dat een Koning vergezeld was van zijn echtgenote, de Koningin. Op het oudste Koningsschild dat in bezit van het Gilde  en uit 1720 dateert, staat vermeld: Willemijn Berkers, huisvrouw van Eymer Gossen.

Koningschieten:
Hoogtepunt rondom de kermis mag gezien worden de strijd om de Koningstitel. De kermis vond tot 1842 plaats op de 2e zondag na Pasen. Vanaf 1853 wordt de kermis in Liessel gehouden op de 4e zondag van Augustus.

Vanaf Sint-Jan (24 juni) beginnen feitelijk de voorbereidingen op het 4-jaarlijkse Koningschieten tijdens de kermis op maandag. Vanaf die datum bestaat het Gilde officieel nog uit 2 personen, namelijk de oude en de jonge deken(penningmeester en secretaris). Oftewel het gilde sluimert. Om deze reden geschiedt het optrekken naar de schietboom niet in uniform. Voorop gaat de tamboer met de oude koperen trom die voorzien is van het volgende opschrift: Goord Dirck Mennen en Jan Verberne, Dekens in de Guld van S. Huybert tot Leyssel. Anno 1775.

Na de tamboer volgen de drager van het vaandel, de te plaatsen houten vogel, het Koningsvest met de Koningsschilden en de verdere benodigde attributen. Zij trekken rond de schietboom ter vrijwaring van de zogenaamde “boze geesten”. Nadat de vogel op de schietboom is geplaatst, leest de hoofdman de na te komen regels voor, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op de verplichtingen van de nieuwe Koning. De Pastoor, Burgemeester en Wethouders en ook de aftredende Koning beginnen het schieten. Daarna wordt geschoten in volgorde(middels de gehouden loting). Wie de vogel afschiet, en deze opraapt, mag zich voor 4 jaar Koning noemen van het Gilde. Raapt hij hem niet op, dan moet hij een vat bier schenken aan het Gilde. Het is nog maar 2 keer gebeurd, dat 1 persoon twee keer achter elkaar, dus 2 periodes van 4 jaar, zich tot Koning schoot. Iemand die zich 3 keer in successie tot Koning schiet, behaalt het Keizerschap voor het leven, maar dit is nog nooit voorgekomen.

Na het omhangen van het Koningsvest en de zilveren vogel, daterend uit 1741, door de hoofdman loopt de nieuwe Koning onder tromgeroffel over het hoofdvaandel. Dit ten teken van aanvaarding van het Koningschap. Behalve door de nieuwe Koning is dit privelege uitsluitend weggelegd voor de regerende Koningin en de bisschop. Daarna gaat men terug naar het Gildehuis, alwaar de handwassing plaatsvindt. Dit gebeurt door de uitbaatster van het Gildehuis, waarna de nieuwe Koning een “zilveren” muntstuks in de koperen bak zal werpen. Hierna vind het verpachten van de attributen plaats. Te weten, Gildetrom, hoofdvaandel, kapiteinsstok en de commandantstok. Diegene die een van deze attributen pacht komt voor 4 jaar in het bestuur. Het bestuur bestaat vanaf die tijd voor 4 jaar uit: het dagelijks bestuur(hoofdman, jonge deken(secretaris) en oud deken(penningmeester)) de 4 bestuursleden die een attribuut gepacht hebben en de nieuwe Koning. De nieuwe Koning heeft geen stemrecht. ‘s-avonds krijgt de nieuwe Koning met eventueel z’n Koningin een receptie aangeboden die wordt bezocht door familie, diverse mensen uit Liessel, maar ook door verschillende Gilden uit Kring Peelland. Op dinsdag en woensdag wordt de nieuwe Koning begroet en verwelkomd met  diverse Erebogen die door de verschillende buurtschappen zijn opgericht.

Het oprichten van de Erebogen gebeurt, volgens zeggen, al vanaf een paar honderd jaar geleden. Vroeger zorgde alleen de jongeren ervoor dat de Erebogen gezet werden. De jonge meisjes waren al weken hiervoor begonnen met “kronen”. Zij maakten namelijk de papieren bloemen, vaak honderden, die als decoratie gebruikt werden in de boog. Omdat gezinnen tegenwoordig kleiner zijn werken ook de volwassenen mee. “Leve de Koning” is het vrijwel algemeen gebruikte opschrift van een ereboog. Vele bogen zijn bedekt met takken van sparren en coniferen, maar er zijn ook buurtschappen die er heide en gerst in verwerken. De Erebogen zorgen voor de verbroedering in het dorp, omdat de buurtschappen er tevens een feest van maken. De jongeren van de verschillende buurtschappen trokken er vroeger en nu nog met een tractor en “platte” wagen rond om alle andere Erebogen te bewonderen. Tevens is een fietsroute uit geschreven met een wedstrijdelement, zodat men ook per fiets deze Erebogen kan zien. 4 jaar terug betrof de fietsroute ± 25 km. De Erebogen worden tevens door een jury beoordeeld.

De prijsuitreiking hiervan wordt bekend gemaakt op het zogenaamde Bogenbal. Dit bal wordt georganiseerd door het Gilde met als bedoeling de mensen die meegewerkt hebben aan het vervaardigen van de Erebogen te bedanken voor hun inzet. De Erebogen mogen uiterlijk 1 week blijven staan. In verband met het Koningschieten wordt de Kermis ook met 1 dag verlengd, zodat iedereen in gelegenheid is de Erebogen te bezichtigen.

Leuke anekdote omtrent het Koningschieten:

In 1971 werd er geschoten om de Koningstitel. Men had al een paar uur geschoten met een gewoon geweer zonder dat de vogel aanstalte maakte om naar beneden te komen. Aan de toenmalige politieagent, Dhr. v. Balkom, werd gevraagd of men een jachtgeweer mocht halen om de vogel alsnog naar beneden te halen. Hij had er geen probleem mee en zo gebeurde het dat men doorging met schieten met een jachtgeweer.Nu blijkt, dat met zo’n jachtgeweer schieten men een flinke terugslag heeft wat verscheidene afgeschaafde gezichten e.d. opleverde. Het was uiteindelijk Harrie Hikspoors die met een welgemikt schot hagel de vogel aan gruzelementen schoot en zich zodoende tot Koning mocht laten kronen.